Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:989

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
23/01629
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 117 SvArt. 134 lid 2 SvArt. 552a lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart klaagschrift niet-ontvankelijk wegens beëindigd beslag

In deze zaak betrof het een klaagschrift van klaagster tegen de inbeslagneming van een partij voorwerpen, te weten 344 kg bruto Fragrances, onder verdenking van valsheid in geschrift, voorbereiding van handel in schadelijke waren en/of overtreding van de Warenwet.

De rechtbank Oost-Brabant had het klaagschrift ongegrond verklaard. De Hoge Raad heeft ambtshalve onderzocht dat de inbeslaggenomen voorwerpen reeds in november 2021 waren vernietigd met een machtiging van de officier van justitie, waardoor het beslag op dat moment reeds was beëindigd.

Op grond van artikel 134 lid 2 sub c Sv Pro is het beslag beëindigd door de machtiging tot vernietiging en het feit dat het voorwerp niet om baat is vervreemd. Hierdoor had de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het klaagschrift alsnog niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag al was beëindigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01629 B
Datum24 juni 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 maart 2023, nummer RK 22/026816, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat K. Canatan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep.

2.Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank

2.1
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klaagster van een partij voorwerpen met de omschrijving “344 kg bruto Fragrances”. Op 24 november 2022 is bij de rechtbank een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) ingekomen, dat strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klaagster. Dat klaagschrift is door de rechtbank op 3 maart 2023 behandeld waarna de rechtbank op 17 maart 2023 het klaagschrift ongegrond heeft verklaard.
2.2
Op basis van door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen moet ervan worden uitgegaan dat de inbeslaggenomen voorwerpen in november 2021 zijn vernietigd met een machtiging van de officier van justitie van 2 november 2021 als bedoeld in artikel 117 Sv Pro.
2.3
Artikel 134 lid 2 Sv Pro luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
(...)
c. de machtiging als bedoeld in artikel 117 is Pro verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd;
(...).”
2.4
Hieruit volgt dat het beslag al was beëindigd op het moment van de beslissing op het klaagschrift. Dat brengt mee dat de rechtbank de klaagster in haar klaagschrift niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had moeten doen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- verklaart het klaagschrift alsnog niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 juni 2025.