Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
De moeder:
3.Beoordeling van de middelen in het principale beroep
4.Beslissing
20 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak verzocht de moeder vaststelling van kinderalimentatie van de vader. De rechtbank wees een bedrag toe, maar tijdens hoger beroep bleek dat de moeder sinds 2016 onder bewind stond en dat de bewindvoerder niet als procespartij was betrokken bij het inleidend verzoek. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat in procedures over onder bewind gestelde goederen de bewindvoerder de rechthebbende vertegenwoordigt en het verzoekschrift namens hem moet worden ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van de bewindvoerder als procespartij in eerste aanleg een onvolkomenheid is die in hoger beroep kan worden hersteld. De bewindvoerder heeft vervolgens een verklaring ingediend waarin zij instemming en volmacht geeft aan de advocaat van de moeder om de procedure voort te zetten. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, maar heeft nagelaten de advocaat van de vader in de gelegenheid te stellen te reageren op deze verklaring, wat in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij de procespositie van de bewindvoerder correct moet worden betrokken en de wederpartij gelegenheid moet krijgen te reageren. Tevens is vastgesteld dat de vermelding van een natuurlijke persoon als bewindvoerder in het arrest een kennelijke verschrijving betreft, aangezien de bewindvoerder een rechtspersoon is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling met correcte betrokkenheid van de bewindvoerder en inachtneming van hoor en wederhoor.