ECLI:NL:GHDHA:2024:842
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging kinderalimentatie en niet-ontvankelijkheid schorsingsverzoek onderbewindstelling
In deze civiele familierechtelijke procedure heeft het Gerechtshof Den Haag op 15 mei 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep over kinderalimentatie en een schorsingsverzoek met betrekking tot onder bewind gestelde goederen van de moeder.
De vader was in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van €280 per kind per maand, ingaande 21 april 2023, en had tevens een schorsingsverzoek ingediend tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van deze beschikking. Het hof verklaarde het schorsingsverzoek niet-ontvankelijk omdat de vader dit verzoek tijdens de zitting introk.
De moeder is onder bewind gesteld, waardoor de bewindvoerder haar vertegenwoordigt. Hoewel de bewindvoerder aanvankelijk niet in de procedure was betrokken, is zij later alsnog met machtiging en instemming toegevoegd, zodat het hof het geschil inhoudelijk kon beoordelen.
De vader voerde aan dat de behoefte van de minderjarigen en zijn draagkracht lager waren dan vastgesteld, onder meer door zijn vermeende detentie en bedrijfsverliezen. Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende bewijs had geleverd ter onderbouwing van zijn stellingen en dat de behoefte van de kinderen op het peiljaar 2015 moest worden vastgesteld. De draagkracht van de moeder werd uitgesloten vanwege haar uitkering. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot kinderalimentatie en verklaart het schorsingsverzoek van de vader niet-ontvankelijk.