Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
23 mei 2025.
Hoge Raad
In deze civiele zaak vordert [verweerster] betaling van een bedrag van €299.860,-- dat zij betaalde onder een overeenkomst met EMS Ambulance B.V. Primair baseert zij haar vordering op een toerekenbare tekortkoming van EMS, subsidiair op dwaling.
De rechtbank oordeelde dat EMS tekortgeschoten was en veroordeelde EMS tot betaling van het volledige bedrag. Het gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde EMS tot betaling van €250.000,-- wegens dwaling, en legde daarnaast aan [verweerster] een kostenveroordeling op voor het incidentele hoger beroep.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van EMS, maar vernietigt de kostenveroordeling van het incidentele hoger beroep tegen [verweerster]. De Hoge Raad oordeelt dat het incidentele hoger beroep van [verweerster], die door de rechtbank in het gelijk was gesteld, niet onnodig was en dat zij daarom niet in de kosten veroordeeld mag worden. De zaak wordt afgedaan zonder nieuwe kostenveroordeling in het incidentele beroep.
De Hoge Raad veroordeelt EMS tot betaling van de proceskosten in cassatie en vernietigt het arrest van het hof voor zover het de kostenveroordeling van het incidentele hoger beroep betreft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van EMS wordt verworpen en de kostenveroordeling van het incidentele hoger beroep tegen [verweerster] wordt vernietigd.