Uitspraak
1.Het eerste geding in cassatie
2.Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende en de Staatssecretaris hebben over en weer een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3.Uitgangspunten in cassatie
4.De oordelen van het Hof
,heeft de Hoge Raad in het verwijzingsarrest al geoordeeld dat de aftrekbaarheid van het deel van de resterende rente dat onder het bereik van artikel 10a van de Wet valt (namelijk 64,5 procent daarvan), niet wordt uitgesloten door artikel 10a van de Wet.
5.Beoordeling van de door belanghebbende voorgestelde middelen
Zoals het Hof terecht heeft geoordeeld – zie hiervoor in 4.2.3 – doet handelen in strijd met doel en strekking van de Wet als geheel zich voor indien heffing van vennootschapsbelasting, door het bij elkaar brengen van enerzijds de winst van een onderneming en anderzijds gekunsteld tot stand gebrachte rentelasten (winstdrainage), op een willekeurige en voortdurende wijze wordt verijdeld door – voor het bereiken van op zichzelf beschouwd zakelijke doeleinden – rechtshandelingen te bezigen die voor het bereiken van die doeleinden niet noodzakelijk zijn en enkel zijn terug te voeren op het doorslaggevende motief van het bewerkstelligen van de beoogde fiscale gevolgen. [10]
6.Beoordeling van het door de Staatssecretaris voorgestelde middel
7.Proceskosten
Wat betreft het beroep in cassatie van de Staatssecretaris zal de Staatssecretaris worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken.