ECLI:NL:HR:2025:1956
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskosten en griffierecht in WOZ-zaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken, een aanslag onroerendezaakbelastingen en een aanslag watersysteemheffing voor 2020.
De Hoge Raad overweegt dat de klacht slaagt op grond van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2025:1823) en vernietigt de uitspraak van het hof voor zover deze het griffierecht en de proceskosten betreft. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld maar afgedaan.
De Hoge Raad draagt het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland op om belanghebbende te vergoeden voor het griffierecht en de proceskosten voor zowel de rechtbank als het hof, waarbij een vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt vastgesteld op basis van het aantal proceshandelingen en het gewicht van de zaak.
De kostenveroordelingen worden uitgesproken tegen het dagelijks bestuur en de heffingsambtenaar, waarbij rekening wordt gehouden met samenhang van meerdere zaken. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en op 19 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en het hofuitspraak wordt vernietigd voor zover het griffierecht en proceskosten betreft, met toekenning van vergoeding aan belanghebbende.