ECLI:NL:HR:2025:1903
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingcassatiezaken
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de Hoge Raad J.A.R. van Eijsden, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, die betrokken zijn bij haar belastingcassatiezaken. Zij stelde dat onvolledige publicatie van nevenactiviteiten en vermeende onvoldoende distantie aanleiding geven tot twijfel over onpartijdigheid.
De Hoge Raad heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld. De niet-gepubliceerde nevenfuncties waren het gevolg van een technisch probleem dat inmiddels is hersteld. De overige aangevoerde omstandigheden betreffen oude functies die geen aanleiding geven tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Ook de aankondiging van een uitspraak en vermeende belemmeringen bij het aanvullen van gronden bieden geen grond voor wraking.
De Hoge Raad concludeert dat de rechterlijke onpartijdigheid niet in het geding is en wijst het wrakingsverzoek af. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren en openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Hoge Raad wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.