Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een verzoek om wraking ingediend, dat niet is toegewezen. [1]
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak, maar het beroepschrift vertoonde meerdere gebreken. Zo ontbrak de ondertekening, de gronden van het beroep en een kopie van de bestreden uitspraak. Hierdoor was niet vast te stellen tegen welke uitspraak het beroep was gericht en op welk besluit het geschil betrekking had.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per brief nogmaals de gelegenheid gegeven om deze verzuimen te herstellen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Belanghebbende heeft wel gereageerd, maar de gebreken niet hersteld.
De Hoge Raad oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden vastgesteld tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht. Daarom wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens meerdere verzuimen in het beroepschrift.