ECLI:NL:HR:2026:417

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
24/02183
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens verzuimen

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak, maar het beroepschrift bevatte meerdere verzuimen, waaronder het ontbreken van de gronden van het beroep en een kopie van de bestreden uitspraak. Hierdoor was niet vast te stellen tegen welke uitspraak het beroep was gericht en op welk besluit het geschil betrekking had.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende schriftelijk verzocht deze verzuimen te herstellen binnen een gestelde termijn, met de waarschuwing dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Belanghebbende heeft wel gereageerd, maar de verzuimen niet hersteld.

Op basis van artikel 6:6 Awb Pro heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van essentiële stukken en onduidelijkheid over de bestreden uitspraak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/02183
Datum13 maart 2026
ARREST
op een door [X] (hierna: belanghebbende) ingesteld beroep in cassatie.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende heeft een verzoek om wraking ingediend, dat niet is toegewezen. [1]

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

2.1
Belanghebbende heeft schriftelijk beroep in cassatie ingesteld. Aan dat beroep kleven meerdere verzuimen. Het beroepschrift in cassatie bevat niet de gronden van het beroep. Daarnaast ontbreekt een kopie van de bestreden uitspraak. Het beroepschrift in cassatie bevat ook verder geen aanknopingspunten aan de hand waarvan kan worden bepaald tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht en op welk besluit het geschil betrekking heeft.
2.2
Bij brief van 15 januari 2026 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld de hiervoor in 2.1 genoemde verzuimen te herstellen. In deze brief is nogmaals gewezen op de mogelijkheid dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard als niet binnen de gestelde termijn de in die brief genoemde verzuimen zullen worden hersteld. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 12 februari 2026, maar zonder de verzuimen te herstellen.
2.3
Reeds op de grond dat het op basis van de voorhanden zijnde gegevens niet mogelijk is te bepalen tegen welke uitspraak het beroep in cassatie is gericht, zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.