Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een verzoek om wraking ingediend, dat niet is toegewezen. [1]
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak, maar het beroepschrift bevatte meerdere verzuimen, waaronder het ontbreken van de gronden van het beroep en een kopie van de bestreden uitspraak. Hierdoor was niet vast te stellen tegen welke uitspraak het beroep was gericht en op welk besluit het geschil betrekking had.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende schriftelijk verzocht deze verzuimen te herstellen binnen een gestelde termijn, met de waarschuwing dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Belanghebbende heeft wel gereageerd, maar de verzuimen niet hersteld.
Op basis van artikel 6:6 Awb Pro heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van essentiële stukken en onduidelijkheid over de bestreden uitspraak.