Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft de overstap van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht door erfpachters van de gemeente Amsterdam, waarbij de canonherzieningsbedingen in de oude algemene voorwaarden (AB1937 en AB2000) centraal staan. Eiser 1 en eiseressen 2 t/m 4 vorderden onder meer vernietiging van de canonherzieningsbedingen wegens onredelijkheid en onrechtmatig handelen van de gemeente.
De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bevestigde dit voor de AB2000-bepalingen die van toepassing zijn op eiseressen 2 t/m 4. Het hof oordeelde dat de richtlijn 93/13/EEG niet van toepassing is op de AB1937, omdat deze vóór 1994 van toepassing zijn verklaard, en dat het canonherzieningsbeding in de AB2000 niet onredelijk bezwarend is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam uitsluitend voor eiser 1, omdat het hof ten onrechte niet heeft getoetst of het canonherzieningsbeding in de AB1937 onredelijk bezwarend is op grond van art. 6:233 BW Pro. Voor de AB2000 bevestigt de Hoge Raad dat het canonherzieningsbeding niet onredelijk bezwarend is, gelet op de democratische totstandkoming, transparantie, waarborgen voor geschilbeslechting en het algemeen belang van het erfpachtstelsel. De overige klachten worden verworpen. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd voor eiser 1 wegens onvoldoende toetsing van onredelijkheid van het canonherzieningsbeding AB1937, maar het beroep van eiseressen 2 t/m 4 wordt verworpen.