ECLI:NL:HR:2025:1896

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
24/03728
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 420 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest Hoge Raad inzake verwijzing geding tussen eiseres en Gemeente Amsterdam

De Hoge Raad heeft op 5 december 2025 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen eiseres en de Gemeente Amsterdam. In het dictum van dat arrest ontbrak een verplichte verwijzing als bedoeld in artikel 420 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, specifiek voor het deel van het arrest dat betrekking had op eiseres en de Gemeente.

Na het constateren van deze fout heeft de Hoge Raad partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het herstel ervan. De advocaat van eiseres heeft ingestemd met het herstel van deze fout.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het ontbreken van de verwijzing een eenvoudige fout betreft die hersteld kan worden op grond van artikel 31 Rv Pro. Daarom is het dictum van het arrest van 5 december 2025 verbeterd door een verwijzing toe te voegen van het geding tussen eiseres en de Gemeente naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.

Dit herstelarrest is op 12 december 2025 gewezen door de president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide.

Uitkomst: Het dictum van het arrest van 5 december 2025 is hersteld door toevoeging van een verwijzing naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03728
Datum12 december 2025
HERSTELARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
hierna: [eiseres 1],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen.

1.Het arrest in dit geding

1.1
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 5 december 2025 uitspraak gedaan (ECLI:NL:HR:2025:1864). Het dictum van het arrest houdt onder meer in: “vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, maar uitsluitend voor zover gewezen tussen [eiseres 1] en de Gemeente;”. Het dictum van het arrest bevat ten onrechte geen verwijzing als bedoeld in art. 420 Rv Pro.
1.2
De Hoge Raad heeft partijen laten weten het voornemen te hebben deze fout te herstellen en partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. De advocaat van [eiseres 1] heeft te kennen gegeven in te stemmen met herstel van de fout.
1.3
Het ontbreken van een verwijzing in het arrest van 5 december 2025 is een fout die zich leent voor eenvoudig herstel op de voet van 31 Rv. De Hoge Raad zal de fout herstellen door het dictum aan te vullen met een verwijzing van het geding tussen [eiseres 1] en de Gemeente naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

2.Beslissing

De Hoge Raad:
- verbetert het dictum van het op 5 december 2025 in deze zaak uitgesproken arrest door daaraan toe te voegen:
verwijst het geding tussen [eiseres 1] en de Gemeente naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing;
- stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 december 2025.