ECLI:NL:HR:2025:1537
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen verzetuitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 mei 2025, die betrekking had op het verzet tegen een eerdere uitspraak van diezelfde raad over een verzoek tot herziening. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is.
Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken indien de wet dit toestaat. In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep op verzet tegen een uitspraak op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 10 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.