ECLI:NL:CRVB:2025:842
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken nieuwe feiten bij verzoek herziening
Verzoekster heeft verzet ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft het verzet behandeld tijdens de zitting van 17 april 2025, waarbij verzoekster aanwezig was en het bestuur van de stichting niet.
De Raad heeft overwogen dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voor de uitspraak van 28 februari 2024 plaatsvonden en die haar redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Dit is een vereiste volgens artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om tot herziening te kunnen overgaan.
De Raad benadrukt het buitengewone karakter van het rechtsmiddel herziening, dat niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de uitspraak. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten verklaart de Raad het verzet niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.