Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:724

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
25/03916
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening van arrest Hoge Raad afgewezen op grond van artikel 80a RO

De Hoge Raad heeft op 24 april 2026 het verzoek om herziening van het arrest van 10 oktober 2025 beoordeeld. Het verzoek was ingediend door [X] en betrof een zaak binnen het bestuurs- en belastingrecht. Na beoordeling en advies van de procureur-generaal is geconcludeerd dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding gezien om de verzoeker te veroordelen in de proceskosten.

Het arrest is gewezen door raadsheer E.F. Faase als voorzitter, samen met raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, en in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het verzoek om herziening definitief afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/03916
Datum24 april 2026
ARREST
op het door [X] ingediende verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 10 oktober 2025, nr. 25/02442, ECLI:NL:HR:2025:1537.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.