ECLI:NL:HR:2025:1169
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergrijpboetes wegens grove schuld bij onjuiste aftrek omzetbelasting
Belanghebbende, een ervaren exploitant van onroerende zaken, bracht ten onrechte omzetbelasting in aftrek die betrekking had op vrijgestelde verhuur van onroerende zaken over de jaren 2015 en 2016. De Inspecteur legde daarop naheffingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens grove schuld en het niet doen van suppleties.
Het Hof Den Haag oordeelde dat belanghebbende grove schuld had omdat zij haar administratie niet zodanig had ingericht dat zij voorkwam dat voorbelasting die direct aan vrijgestelde prestaties toerekenbaar is, in aftrek werd gebracht. Tevens had zij de suppleties tijdig moeten indienen. Het Hof stelde dat de Inspecteur overtuigend had bewezen dat aan de vereisten van grove schuld was voldaan.
In cassatie werd betoogd dat het Hof onterecht bewijsvermoedens hanteerde en niet voldeed aan de zware bewijsmaatstaf. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het normatieve oordeel van het Hof niet op vermoedens berust, maar op feitelijke en juridische gronden. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de opgelegde boetes.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vergrijpboetes wegens grove schuld worden bevestigd.