Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
4.Beslissing
24 januari 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stonden geschillen tussen aandeelhouders centraal, waarbij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam meerdere arresten had gewezen. Na een mondelinge behandeling op 3 juni 2021, waarbij een samenstelling van raadsheren en raden de zaak inhoudelijk behandelde, werd het eindarrest op 28 november 2023 door een andere samenstelling gewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat volgens vaste rechtspraak een uitspraak die mede gebaseerd is op een mondelinge behandeling door dezelfde rechters moet worden gegeven, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Indien na de mondelinge behandeling een rechterswisseling plaatsvindt, dient dit voorafgaand aan de uitspraak aan partijen te worden meegedeeld, met opgave van redenen en mogelijkheid tot een nieuwe mondelinge behandeling.
In deze zaak is geen mededeling gedaan over de rechterswisseling, terwijl het eindarrest mede op de mondelinge behandeling is gebaseerd. Dit leidt tot schending van de regels omtrent rechterswisseling. De Hoge Raad verklaart het beroep tegen eerdere tussenarresten niet-ontvankelijk, vernietigt het eindarrest en wijst de zaak terug naar de ondernemingskamer voor verdere behandeling en beslissing.
De kosten van het cassatieproces worden gereserveerd. Dit arrest benadrukt het belang van transparantie en hoor en wederhoor bij rechterswisselingen na mondelinge behandeling in ondernemingskamerzaken.
Uitkomst: Het eindarrest van de ondernemingskamer wordt vernietigd wegens schending van de regels omtrent rechterswisseling en de zaak wordt terugverwezen.