Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
31 mei 2024.
Hoge Raad
Betrokkene werd op 29 augustus 2023 een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Heemstede. De officier van justitie verzocht om voortzetting van deze maatregel, waarbij een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater werd gevoegd. Deze psychiater had betrokkene beoordeeld via beeldbellen, omdat een face-to-face onderzoek pas later mogelijk was en de situatie spoedeisend was.
De rechtbank Amsterdam verleende op 1 september 2023 de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, waarbij zij oordeelde dat het onderzoek via beeldbellen gerechtvaardigd was gezien de spoedeisendheid en de omstandigheden, waaronder het risico op agressie en de onveilige thuissituatie.
In cassatie stelde betrokkene dat onvoldoende was onderbouwd waarom een fysiek onderzoek niet mogelijk was, mede gelet op het tijdsverloop tussen het onderzoek en de afgifte van de medische verklaring. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte alleen keek naar de situatie op het moment van het beeldbelonderzoek en niet naar de periode daarna tot het verzoek om voortzetting. Hierdoor was onvoldoende gemotiveerd dat een fysiek onderzoek redelijkerwijs niet mogelijk was.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, met de kanttekening dat in spoedeisende gevallen voorafgaand aan de crisismaatregel ook korte verplichte zorg mogelijk is, waardoor fysiek onderzoek kan plaatsvinden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling wegens onvoldoende onderbouwing van het onderzoek via beeldbellen.