Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 mei 2024.
Hoge Raad
De curator in het faillissement van HODN I B.V. stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat ging over de vraag of een samenstel van rechtshandelingen, waaronder een geldlening, schuldeisers benadeelde in het kader van faillissementspauliana. Het hof had geoordeeld dat de curator onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat schuldeisers benadeeld waren door de geldlening.
De Hoge Raad heeft de klachten van de curator beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van de curator verworpen en hem veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat de vordering van de curator afwijst. De uitspraak bevestigt de strikte toetsing van faillissementspauliana en de bewijslast bij benadeling van schuldeisers door rechtshandelingen voorafgaand aan faillissement.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.