Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
T-mobile & VODAFONE) over de periode 1 juni 2012 t/m 25 mei 2013.
3.Beslissing
20 juni 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 24 mei 2013 in Groningen opzettelijk brand heeft gesticht in zijn eigen sportschool, een pistool en munitie bij zich had en valse aangifte deed van poging moord/doodslag en brandstichting. Verdachte verklaarde dat hij door twee mannen werd overvallen, beschoten en vastgebonden, maar het hof oordeelde dat deze verklaring kennelijk leugenachtig was.
Het hof baseerde dit oordeel op drie hoofdpunten: de telefoon van verdachte bevond zich op de avond van 23 mei 2013 in Friesland, wat in strijd is met zijn verklaring dat hij in de sportschool was; er werden vijf kogels en hulzen gevonden terwijl verdachte sprak van drie schoten, en de schotbaan van een kogel past niet bij zijn locatieverklaring; de tiewraps waarmee verdachte beweerde vastgebonden te zijn, konden niet als gesloten lus zijn gebruikt, waardoor het onmogelijk is dat hij zich daarmee heeft bevrijd.
De Hoge Raad bevestigt dat een kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte als bewijs kan worden gebruikt mits deze voldoende is gemotiveerd en gebaseerd op feiten en omstandigheden uit andere bewijsmiddelen. Het hof heeft dit zorgvuldig gedaan en de discrepanties tussen verklaring en bewijs zijn van dien aard dat ze niet als vergissing kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring en het oordeel van het hof dat verdachte zelf de brand heeft gesticht, zichzelf heeft beschoten en een valse aangifte heeft gedaan.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring en verwerpt cassatieberoep tegen veroordeling voor brandstichting, wapenbezit en valse aangifte.