Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Ik zag dat de persoon met een groot zwartkleurig vuurwapen met een lengte van ongeveer 50 à 60 centimeter voor me stond en tegen mij riep: “Handen omhoog”. Ik stond op een afstand van ongeveer 2 à 2,5 meter. Ik heb hem goed van voren gezien. Ik zag dat de man in het halletje bleef staan. Ik kan hem als volgt omschrijven:
Ik hoorde plots een harde knal. Ik zag dat de man meteen naar de grond ging en begon te schreeuwen. Ik zag dag de man probeerde de zaak te verlaten. Ik ben naar de trap gelopen. In de kelder hoorde ik meerdere knallen.
In totaal troffen wij 17 hulzen aan waarvan 16 voorzien van bodemstempel “17 65”. Daarvan zijn 14 hulzen aangetroffen op de rijbaan van de [a-straat]. Ook is daar een stalen kern aangetroffen. Gezien het aantreffen van een stalen kern is er waarschijnlijk met verzwaarde munitie geschoten. Wij zagen beschadigingen gelijkend op schotbeschadigingen in een ruit van een filiaal van Albert Heijn aan de [a-straat]. Daarnaast zagen wij twee beschadigingen gelijkend op schotbeschadigingen op de straat voor deze ruit. In een daar langs het trottoir geparkeerde BMW zagen wij eveneens schotbeschadigingen.
Er zijn op verschillende hoogtes kogelinslagen geweest:
- op een hoogte van ongeveer één meter en zeventig centimeter (toegangsdeur van een bankfiliaal)
Beiden zijn met een helm op de shishalounge ingegaan. [verdachte] is bij de ingang blijven slaan en zijn handlanger is langs de tafels gegaan waarbij "[betrokkene 2]” werd geroepen. Uit het dossier komt naar voren dat de zoektocht gericht was op [betrokkene 2] die vlak voor de aankomst van [verdachte] en zijn handlanger uit de shishalounge was vertrokken. Aangekomen bij het tafeltje waar [betrokkene 2] had gezeten, stopte de handlanger en heeft hij met een handvuurwapen gedreigd.
Hiervoor heeft het hof vastgesteld dat sprake was van een vooraf besproken plan. [verdachte] en zijn handlanger zijn samen zwaarbewapend op een scooter naar de shishalounge gereden. [verdachte] is met een aanvalsgeweer bij de deur blijven staan terwijl zijn handlanger met het vuistvuurwapen langs de tafels is gegaan op zoek naar [betrokkene 2]. Nadat [verdachte] [slachtoffer 1] heeft doodgeschoten, is hij bij zijn handlanger achterop de scooter gestapt en zijn ze weggereden. Het hof stelt op grond hiervan vast dat er sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en zijn handlanger.
(...)
De verklaring van de getuige [betrokkene 1] is door de rechtbank voor het bewijs gebruikt wat betreft de vaststelling dat er twee schutters waren en dat zij ‘[betrokkene 2]’ zeiden (bewijsmiddel 5). De verdachte [verdachte] heeft zelf eveneens verklaard dat er twee schutters waren. De reden om [betrokkene 1] als getuige te horen, is – zo begrijpt het hof de verdediging – om de verklaring van de verdachte te ondersteunen dat hij niet de persoon was met het aanvalsgeweer (de AK-47), maar de persoon met het pistool. Gelet op deze motivering dient de verzochte getuige in zoverre te worden aangemerkt als een getuige à décharge. Het hof ziet – gelet op de huidige stand van zaken in het onderzoek – geen noodzaak deze getuige te horen.”
3.Beoordeling van het tweede, derde, vierde en vijfde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
20 juni 2023.