Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, kocht via haar dochter een vliegtuig in Amerikaanse dollars. Een deel van de koopsom was pas bij levering in 2015 verschuldigd. Tussen aankoop en balansdatum steeg de dollar ten opzichte van de euro, waardoor de betalingsverplichting in euro’s toenam. Belanghebbende verwerkte dit als valutaverlies in de winst van 2014, maar de inspecteur negeerde dit.
Het Hof oordeelde dat het in strijd met goed koopmansgebruik is om een ongerealiseerd valutaverlies op een toekomstige betalingsverplichting vóór levering ten laste van de winst te brengen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat de koopsom voor activatie op de balans moet worden vastgesteld op het moment van levering of betaling, niet eerder.
De Hoge Raad benadrukt dat valutakoersveranderingen vóór levering niet als baten of lasten mogen worden verantwoord, maar moeten worden geactiveerd als onderdeel van de aanschaffingskosten. De klacht van belanghebbende faalt en het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.