Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 juni 2023.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure stond de uitleg van het begrip 'vakantie' in artikel 7:634 BW Pro centraal, evenals de vraag of bovenwettelijke vakantie kan worden ingezet voor andere doeleinden zonder verlies van recht op loon, en de toepassing van cao NS en vaststellingsovereenkomsten. De zaak betrof een geschil tussen NS Reizigers B.V. en een werknemer over pensioenpremies gerelateerd aan de compensatie onregelmatigheid.
De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en concludeerde dat de onderdelen 1 tot en met 4 van het cassatiemiddel niet slaagden, maar dat onderdeel 5 wel gegrond was. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitsluitend voor zover NSR werd veroordeeld tot afdracht of nabetaling van pensioenpremies over de compensatie onregelmatigheid uit artikel 110 van Pro de cao.
Voor het overige werd het beroep verworpen. Tevens werd de verweerder veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak verduidelijkt de uitleg van het begrip vakantie in relatie tot loon en cao-bepalingen en bevestigt de grenzen van het afwijken van dwingend recht en de rechtsstrijd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover NSR is veroordeeld tot nabetaling van pensioenpremie over de compensatie onregelmatigheid en wijst het beroep voor het overige af.