Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
2 juni 2023.
Hoge Raad
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of [verzoeker] de contractuele boete verschuldigd is wegens het niet naleven van een achterstellingsovereenkomst met Korpodeko, en of die boete gematigd moet worden.
De zaak betreft leningen en overeenkomsten tussen Korpodeko, DAE, BBPM en [verzoeker], waarbij [verzoeker] wordt verweten het geleende geld voor DAE in eigen zak te hebben gehouden, wat volgens Korpodeko een schending van de achterstellingsovereenkomst inhoudt. Het hof had de boete toegewezen en gematigd tot het bedrag van de lening.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door [verzoeker] niet in de gelegenheid te stellen te reageren op nieuwe verwijten die pas in een latere procesfase zijn ingebracht. Hierdoor kan het oordeel van het hof over het achterhouden van gelden en de matiging van de boete niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en wijst de zaak terug voor verdere behandeling. Daarnaast wijst de Hoge Raad de vordering van [verzoeker] tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen af en veroordeelt Korpodeko in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het hofvonnis wegens schending van hoor en wederhoor en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.