ECLI:NL:HR:2023:372
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een belastinggeschil met de Staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is, waarbij de betaling van het griffierecht centraal stond.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres. Belanghebbende heeft het griffierecht echter niet binnen de gestelde termijn voldaan. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar de aangevoerde redenen waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen veroordeling in proceskosten opgelegd en heeft het reeds betaalde griffierecht aan belanghebbende teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.