ECLI:NL:HR:2024:64

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 januari 2024
Publicatiedatum
19 januari 2024
Zaaknummer
23/01321
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening in belastingzaak niet-ontvankelijk verklaard

De Hoge Raad heeft op 19 januari 2024 het verzoek om herziening beoordeeld dat was ingediend tegen het arrest van 10 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:372). Na advies van de procureur-generaal is geconcludeerd dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding gezien om de verzoeker te veroordelen in de proceskosten.

Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2024. Hiermee is het verzoek om herziening definitief afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/01321
Datum19 januari 2024
ARREST
op het door [X] ingediende verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 10 maart 2023, nr. 22/03182, ECLI:NL:HR:2023:372.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2024.