Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
Toepasselijk recht
4.Beslissing
24 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een internationale koopovereenkomst tussen Aswebo en Jura over de levering van lijngoten voorzien van een KOMO-attest. De kern van het geschil betreft de vraag of het geschil moet worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse recht of het Weens Koopverdrag (WKV), en of het beroep op dwaling door Aswebo terecht is.
De rechtbank had het geschil beoordeeld op basis van Nederlands recht, terwijl het hof ambtshalve het WKV toepaste. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit niet had mogen doen omdat partijen geen grief hadden gericht tegen de toepassing van Nederlands recht door de rechtbank en het WKV niet was uitgesloten. De Hoge Raad vernietigt daarom de arresten van het hof en verwijst de zaak terug.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan het begrip "juiste voorstelling van zaken" in art. 6:228 BW Pro door dit te beperken tot eigenschappen van de te leveren zaak, terwijl dit ook kan zien op andere rechten en verplichtingen uit de overeenkomst, zoals de leveringsmogelijkheden.
De overige klachten van partijen worden niet behandeld omdat deze niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelt Jura in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de arresten van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.