Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Verdere beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 oktober 2023.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de uitleg van art. 5 lid 1 van Pro richtlijn 2001/23/EG omtrent de overgang van een onderneming in het kader van een pre-pack faillissementsprocedure. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en een prejudiciële beslissing van het HvJEU die verduidelijken dat aan de voorwaarden van art. 5 lid 1 alleen Pro is voldaan indien de faillissementsprocedure of soortgelijke procedure wordt geregeld in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen.
De feiten betreffen een pre-pack procedure voorafgaand aan de faillietverklaring van Heiploeg-oud waarbij beoogd curatoren en een beoogd rechter-commissaris werden aangewezen zonder wettelijke bevoegdheden. Het hof oordeelde dat aan de voorwaarden van art. 5 lid 1 was Pro voldaan, maar de Hoge Raad volgt het HvJEU en oordeelt dat dit niet het geval is omdat de pre-pack procedure niet wettelijk is geregeld.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Heiploeg-nieuw in de proceskosten. De uitspraak verduidelijkt de strikte voorwaarden waaronder de uitzondering van art. 5 lid 1 van Pro de richtlijn kan worden toegepast bij pre-pack procedures.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest en verwijst zaak terug naar gerechtshof vanwege ontbreken wettelijke regeling pre-pack procedure