Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde sub 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep na cassatie en verwijzing
1. [B.V. 1]
2. [B.V. 2]
3. [B.V. 3]
4. [B.V. 4]
5. [B.V. 5]
6. [B.V. 6]
7. [B.V. 7]
8. [B.V. 8]
Bij de inschrijving van [International B.V. 1] stond als bestuurder [bedrijf] en [X beheer B.V.] vermeld en als aandeelhouder [Z.B.V.] Bij de inschrijving van de overige vennootschappen stond steeds als bestuurder [bedrijf] en [X beheer B.V.] vermeld, en als aandeelhouder [International B.V. 1]
.te verklaren voor recht:
.om aan alle werknemers die vanuit [B.V. 3] , [B.V. 5] en [B.V. 6] vanaf de doorstart bij [International B.V. 5] , dan wel [International B.V. 6] in dienst zijn, dan wel sindsdien in dienst zijn geweest (dit is dus de groep werknemers die na het faillissement is overgenomen) een correcte en inzichtelijke berekening te verstrekken van het sedert 27 januari 2014, dan wel vanaf een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, achterstallig loon en de achterstallige overige arbeidsvoorwaarden, dit binnen een maand na betekening van het in deze te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werknemer, voor elke dag dat [International B.V. 5] en [International B.V. 6] nalaten om ten aanzien van enige werknemer aan deze veroordeling te voldoen, waarbij het maximum van de te verbeuren dwangsom wordt gesteld op € 50.000,- per werknemer;
.om over te gaan tot betaling van het achterstallige loon en de overige achterstallige arbeidsvoorwaarden van alle werknemers die vanuit [B.V. 3] , [B.V. 5] en [B.V. 6] vanaf de doorstart bij [International B.V. 5] , dan wel [International B.V. 6] in dienst zijn, dan wel in dienst zijn geweest voor de periode dat ze dit zijn geweest, waarbij het loon dient te worden vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, gesteld op 50% van het loon, en waarbij alle betalingen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata tot aan de datum der voldoening, één en ander met gelijktijdige verstrekking van een bruto/netto specificatie, die binnen twee maanden na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag per werknemer, voor elke dag dat [International B.V. 5] en [International B.V. 6] nalaten om ten aanzien van enige werknemer aan deze veroordeling te voldoen, waarbij het maximum van de te verbeuren dwangsom wordt gesteld op € 50.000,- per werknemer;
Albron Nederland/FNV Bondgenoten c.s. Uit dit arrest (HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1780) leidt het hof af dat artikel 7:663 BW Pro richtlijnconform moet worden geïnterpreteerd. Ook bij artikel 7:666 BW Pro zal de tekst van de bepaling gezien de hiervoor genoemde verplichting niet beslissend zijn. Het arrest van het Hof van Justitie en de arresten van de Hoge Raad in deze zaak sterken het hof in zijn oordeel dat ook artikel 7:666 BW Pro voor de in deze zaak te nemen beslissingen richtlijnconform moet worden geïnterpreteerd. Het hof heeft onder ogen gezien dat het in algemene zin niet eenvoudig is om het toepassingsgebied van artikel 7:666 BW Pro te bepalen (vgl. de annotatie van Verstijlen,
NJ2024/50).
allewerknemers van [geïntimeerden] -oud. Dit zijn de vorderingen onder B tot en met E. Het gaat om in totaal 300 werknemers die voorafgaand aan de pre-pack in loondienst waren van [geïntimeerden] -oud. Daarbij maakt FNV een onderscheid tussen de – 90 – werknemers die zijn ontslagen, waarmee zij doelt op werknemers die niet zijn gevraagd in dienst te treden van [geïntimeerden] -nieuw , en de overige 210 werknemers die, na ontslag door de curatoren, mee zijn overgegaan naar [geïntimeerden] -nieuw . Geen van deze werknemers is partij in deze procedure.