Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
’onmogelijk om op het platform in te loggen. De ‘agents’ zijn, wegens het ontbreken van een gezagsrelatie, niet in dienstbetrekking bij belanghebbende.
Hoge Raad
Belanghebbende exploiteert een digitaal platform waarop freelance werkende vrouwen (agents) tegen betaling erotische video- en telefoondiensten aanbieden. De agents bepalen zelf welke diensten zij leveren binnen de kaders van de algemene voorwaarden van belanghebbende en ontvangen een vergoeding via belanghebbende, die ook de betalingen aan de klanten regelt. Er is geen gezagsrelatie en de agents zijn niet in dienstbetrekking.
De Inspecteur gaf beschikkingen af dat vier agents verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de arbeidsverhouding tussen belanghebbende en de agents niet gelijkgesteld kan worden met een dienstbetrekking zoals bedoeld in artikel 5a van het Rariteitenbesluit, dat sekswerkers als prostituees definieert.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond. Het Hof heeft terecht een eigen toets toegepast en de wetgever heeft niet beoogd dat personen zonder fysiek contact met klanten onder de definitie van sekswerker vallen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat freelance erotische agents via een digitaal platform geen dienstbetrekking hebben en niet verplicht verzekerd zijn volgens de werknemersverzekeringen.