Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
24 mei 2022.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een omvangrijke beleggingsfraudezaak. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor oplichting en verduistering van geldbedragen die hij van beleggers ontving voor investeringen. Het hof stelde vast dat verdachte de beleggers met valse beloften en valse hoedanigheden had bewogen tot het afstaan van aanzienlijke geldbedragen.
Het hof bewezen verklaarde dat verdachte de gelden anders dan door misdrijf onder zich had, wat in strijd bleek met de bewezenverklaring dat hij die gelden door oplichting had verkregen. De Hoge Raad oordeelde dat dit een innerlijke tegenstrijdigheid vormt, omdat artikel 321 Sr Pro vereist dat het goed niet door een misdrijf is verkregen. Daarom sprak de Hoge Raad verdachte vrij van verduistering en wijzigde de kwalificatie naar meervoudige oplichting.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige, omdat de aard en ernst van de bewezen feiten onverminderd blijven en de strafoplegging uitsluitend is gebaseerd op oplichting als voortgezette handeling. De vrijspraak van verduistering tast de straf niet aan. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verduistering en veroordeeld voor meervoudige oplichting met zes jaar gevangenisstraf.