Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsvoering van de feiten 2 en 4
diefstal van (de waarde van) de getankte brandstof[cursivering door mij, AG] en dat de feiten 3 en 4 zien op soortgelijke misdrijven in de periode voorafgaand aan dat tijdstip (waaronder begrepen twee keer op 19 november 2018 met telkens een andere medeverdachte dan [medeverdachte] ).”
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juli 2021. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
15:45 uureen grijze Mercedes Benz het tankstation Texaco (hof: aan de Kollenbergweg 11 te Amsterdam) oprijdt en stopt. Een manspersoon stapt als bijrijder uit het voertuig en loopt naar de betaalterminal. Ik herken deze manspersoon als [verdachte] . Het kenteken is [kenteken 2] . Nadat de tankpas is ingevoerd en de code is ingevoerd, stapt [verdachte] weer als bijrijder in het voertuig. Vervolgens stapt de bestuurder van het voertuig uit en pakt een tankslang en begint zijn voertuig af te tanken. Ik herken de bestuurder van het voertuig als [medeverdachte] . Nadat het voertuig is afgetankt, stapt [verdachte] weer uit het voertuig en loopt weer richting de betaalterminal alwaar hij weer de tankpas invoert en een code invoert. [medeverdachte] haalt ondertussen uit zijn kofferbak een zichtbaar lege jerrycan. [medeverdachte] tankt vervolgens de jerrycan vol. Tijdens het aftanken worden [verdachte] en [medeverdachte] aangehouden bij het Texaco tankstation.
14:25 uuris te zien dat [verdachte] als bijrijder uitstapt uit een Volvo met kenteken [kenteken 3] . [verdachte] loopt naar de betaalterminal en voert vervolgens een tankpas in. [verdachte] pakt vervolgens de tankslang en tankt het voertuig. Vervolgens loopt [verdachte] weer naar de betaalterminal en voert wederom de tankpas in. Vervolgens stapt de bestuurder van het voertuig uit en doet hij de kofferbak open. [verdachte] tankt vervolgens de jerrycan, die in de kofferbak staat, vol. De bestuurder stapt weer in, [verdachte] stapt weer als bijrijder in en de auto rijdt weg.
13:37uur stopt een voertuig met kenteken [kenteken 4] . [verdachte] stapt als bijrijder uit en loopt richting de betaalterminal. [verdachte] voert een tankpas in in de betaalterminal en tankt de auto vol. [verdachte] voert wederom de tankpas in. De bestuurder stapt uit en opent de kofferbak. In de kofferbak zijn twee zichtbaar lege jerrycans te zien. [verdachte] stapt als bijrijder in het voertuig, de bestuurder tankt beide jerrycans vol en zet deze in de kofferbak.
missed callvan ‘ [verdachte] ’. Tussen [medeverdachte] en ‘ [verdachte] ’ vindt de volgende berichtenwisseling plaats:
3.Het middel
aan wiehet gestolen goed toebehoorde, zolang maar wel kan worden bewezen dat het goed aan een ander dan aan de verdachte toebehoorde. [4] In de onderhavige zaak heeft het hof – kort gezegd – bewezen de diefstal van “enig goed (brandstof)”,
toebehorende aan IPKD respectievelijk RMC, waarbij de verdachten “die weg te nemen brandstof” onder hun bereik hebben gebracht door met een vervalste tankpas het tankproces vrij te geven. Wanneer het hof had bewezenverklaard de diefstal van “enig goed (brandstof)”,
toebehorende aan een ander(en) dan aan de verdachte(n), waarbij de verdachten “die weg te nemen brandstof” onder hun bereik hebben gebracht door met een vervalste tankpas het tankproces vrij te geven, dan was de bewezenverklaring wel voldoende en toereikend gemotiveerd. Dat betekent dat in de onderhavige zaak de in de bewezenverklaring opgenomen onderdelen waarin de toebehorensvraag nader wordt ingevuld (
“te weten aan Interdepartementale post- en koeriersdiensten”respectievelijk
“te weten aan RMC Nederland BV en Interdepartementale post- en koeriersdiensten”) voor de bewezenverklaring van ondergeschikt belang zijn. [5] Deze onderdelen kunnen probleemloos uit de bewezenverklaring worden geschrapt, zonder dat daarmee in enig opzicht afbreuk wordt gedaan aan de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten. [6] Voor de kwalificatie van de feiten heeft het wegvallen van deze onderdelen evenmin consequenties. De Hoge Raad kan om redenen van doelmatigheid de verdachte alsnog vrijspreken van voormelde onderdelen van de tenlasteleggingen. [7] Kortom, ook als het middel wel terecht is voorgesteld, treft het geen doel.
“brandstof, in elk geval enig goed, dat […] aan een ander dan aan verdachte […] toebehoorde, te weten aan RMC en/of IPKD en/of Shell en/of Texaco, heeft weggenomen […] en/of dat/die weg te nemen brandstof onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door met een vervalste tankpas het tankproces vrij te geven”.De tekst van de tenlastelegging wekt de indruk dat de opsteller daarvan heeft geworsteld met het maken van de juiste vertaalslag van de inhoud van het politiedossier naar de tenlastelegging. Niet duidelijk is waarom naast de diefstal van brandstof als alternatief niet ook de diefstal van geld is tenlastegelegd. Mogelijk is daaraan debet geweest dat uit het politiedossier niet blijkt wat er “achter de schermen” gebeurt wanneer met een tankpas wordt getankt. Wanneer na elk gebruik van de tankpas de kosten voor het tanken direct/automatisch giraal worden afgeschreven van de rekening van het bedrijf/de organisatie waar de rechtmatige tankpashouder werkzaam is, kan die feitelijke gang van zaken aanleiding zijn voor een andere inrichting van de tenlastelegging dan in het geval waarin de betaling op een later moment gebeurt aan de hand van een facturering. In het eerste geval ligt het meer voor de hand om diefstal van (giraal) geld [8] van het bedrijf/de organisatie waar de rechtmatige tankpashouder werkzaam is ten laste te leggen, terwijl in het tweede geval – naast die diefstal van geld – ook zou kunnen worden gedacht aan diefstal van brandstof, maar dan van de oliemaatschappij. Het openbaar ministerie wekt de indruk in deze zaak voor twee ankers te zijn gaan willen liggen door zowel IPKD en RMC als Shell en Texaco in de tenlastelegging op te nemen, maar het is daar niet optimaal in geslaagd door naast diefstal van brandstof niet ook diefstal van geld ten laste te leggen. [9] Het hof is er, gezien de bewezenverklaring van de feiten 2 en 4, vervolgens ook niet helemaal goed meer uitgekomen.