Conclusie
Nummer21/00017
Inleiding
B.2Oplichting van meerdere beleggers (feit 1 in de strafzaak met parketnummer 01-997513-13)
Verduistering van ter investering ingelegde geldbedragen (feit 1 in de strafzaak met parketnummer 01-997513-13)
eerste middelklaagt dat het in de zaak met parketnummer 01-997513-13 door het hof onder 1 bewezenverklaarde innerlijk tegenstrijdig is. Het hof heeft immers bewezenverklaard dat de verdachte de beschikking over geldbedragen van beleggers heeft verkregen door oplichting én dat de verdachte diezelfde geldbedragen, die de verdachte “
anders dan door misdrijf onder zich had”, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, terwijl het niet mogelijk is om door oplichting de beschikking te verkrijgen over gelden én diezelfde gelden anders dan door misdrijf te verkrijgen.
oplichting van meerdere beleggers (feit 1 in de strafzaak met parketnummer 01-997513-13)”vastgesteld:
verduistering van ter investering ingelegde geldbedragen (feit 1 in strafzaak met parketnummer 01-0997513-13)”vastgesteld:
tweede middelklaagt eveneens over het door het hof in de zaak met parketnummer 01-997513-13 onder 1 bewezenverklaarde. Ten eerste bevat het de klacht dat het hof expliciet de mogelijkheid heeft opengelaten dat een aantal beleggers kennelijk niet mede door de door het hof in het bijzonder in ogenschouw genomen handelingen/gedragingen tot afgifte zijn bewogen, zodat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed. Ten tweede bevat het de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van bepaalde beleggers niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat zij inderdaad door de bewezenverklaarde handelingen/voorspiegelingen zijn bewogen tot afgifte van geldbedragen, zodat ook om deze reden de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
met name[cursief, D.P.] de door de verdachte verstrekte zekerheid dat een bepaalde waardedaling van de hoofdsom zou worden gemeld en dat men meestentijds binnen 24 uur na de verdachte daartoe te hebben gemaand de ingelegde hoofdsom terug zou krijgen. Gelet op de bewezenverklaring heeft het hof daarmee immers slechts tot uitdrukking gebracht dat beide garanties, die waren opgenomen in de overeenkomst(en) tussen de verdachte en de betrokken (rechts)persoon, van zwaarwegend belang zijn geweest voor het in zee gaan met de verdachte, maar niet dat andere handelingen daaraan niet hebben bijgedragen. De klacht berust aldus op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist daarmee feitelijke grondslag.