ECLI:NL:HR:2022:674
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over WOZ-beschikking 2019
Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2019 werd behandeld. De beschikking betrof een onroerende zaak gelegen aan een adres in Nederland.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en de procureur-generaal om advies gevraagd. Op basis van deze beoordeling heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens is besloten dat er geen proceskostenveroordeling zal plaatsvinden.
Het arrest is op 29 april 2022 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.