ECLI:NL:HR:2022:611

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2022
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
21/02473
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake belastingaanslagen 2015 en 2016

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

De Hoge Raad heeft de klachten inhoudelijk beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien de duidelijkheid dat het cassatieberoep niet kan slagen, is het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder is opgemerkt dat nieuwe aanwijzingen over onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens door de Belastingdienst niet kunnen leiden tot herziening van eerdere onherroepelijke uitspraken, verwijzend naar het arrest van 10 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1748).

De Hoge Raad heeft geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 22 april 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02473
Datum22 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 28 april 2021, nrs. BK-20/00765 en BK-20/00766 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 20/63 en SGR 20/137) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
1.2
Opmerking verdient het volgende. Voor zover de klachten ertoe strekken dat inmiddels bekend geworden aanwijzingen voor onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens door de Belastingdienst aanleiding moeten zijn om terug te komen van hetgeen de rechter in een eerdere (onherroepelijke) uitspraak heeft beslist, wordt verwezen naar de overwegingen in het arrest van 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1748 over het bijzondere rechtsmiddel van herziening.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.