ECLI:NL:HR:2022:611
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake belastingaanslagen 2015 en 2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de klachten inhoudelijk beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien de duidelijkheid dat het cassatieberoep niet kan slagen, is het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder is opgemerkt dat nieuwe aanwijzingen over onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens door de Belastingdienst niet kunnen leiden tot herziening van eerdere onherroepelijke uitspraken, verwijzend naar het arrest van 10 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1748).
De Hoge Raad heeft geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 22 april 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.