ECLI:NL:HR:2022:49
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tarieftoepassing OZB niet-woningen voor woning in aanbouw
Belanghebbende, eigenaar van een perceel met daarop een oprit, erfafscheidingen en funderingsresten, kreeg een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd door de gemeente Nijmegen voor het jaar 2018. De vraag was of deze aanslag terecht naar het tarief voor niet-woningen was vastgesteld, aangezien op de waardepeildatum (1 januari 2017) de woning nog in aanbouw was.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat het object niet als woning kon worden aangemerkt omdat op de peildatum nog geen feitelijke bouwwerkzaamheden waren gestart. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat het begrip 'woning in aanbouw' in de wet en de jurisprudentie niet zo ruim mag worden geïnterpreteerd dat ook een perceel met alleen voorbereidende elementen zoals funderingsresten al onder het woningtarief valt.
De Hoge Raad benadrukte dat de wetsgeschiedenis onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een uitleg die afwijkt van het spraakgebruik. De klachten van belanghebbende faalden dan ook, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB naar niet-woningentarief bevestigd.