ECLI:NL:HR:2022:218
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk in studiefinancieringszaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in een geschil over de Wet studiefinanciering 2000. De Hoge Raad beoordeelt of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover de wet dit toestaat.
In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in geschillen betreffende de Wet studiefinanciering 2000. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2022. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.