ECLI:NL:HR:2022:1884

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
21/03795
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake schenkbelastingaanslag

De zaak betreft een beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de schenkbelasting. De belanghebbende is woonachtig in China. De Staatssecretaris stelde het beroep in cassatie in na een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het daaropvolgende hoger beroep bij het gerechtshof.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep, waarop de Staatssecretaris schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft het middel van de Staatssecretaris beoordeeld aan de hand van een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2022:1785) en heeft geoordeeld dat het middel faalt.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten en legt een griffierecht van €541 op. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en is op 16 december 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/03795
Datum16 december 2022
ARREST
in de zaak van
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
tegen
[X2] te [Z], China, (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 juli 2021, nr. 20/00341, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 18/6434) betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de schenkbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 21 september 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 21/03794 (ECLI:NL:HR:2022:1785), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 541.