Belanghebbende verzocht op 3 december 2018 om wijziging van haar aangifte inkomstenbelasting 2016. Na het opleggen van een aanslag en het indienen van een bezwaarschrift, stuurde belanghebbende op 13 juni 2019 een e-mail aan de Inspecteur met het verzoek om duidelijkheid over de voortgang van de beslissing. Deze e-mail werd door het Hof niet als ingebrekestelling aangemerkt omdat deze volgens het Hof onvoldoende duidelijk was en meer een vraag dan een aanmaning inhield.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de e-mail duidelijk betrekking had op het verzoek tot wijziging van de aangifte en dat zij met de e-mail nadrukkelijk aandrong op een beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de e-mail, mede door het onderwerp “Re: wijziging aangifte 2016”, wel degelijk als ingebrekestelling kan worden gezien. Het is niet vereist dat specifieke termen als 'aanmanen' worden gebruikt.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof en stelde vast dat aan de overige voorwaarden voor een ingebrekestelling was voldaan. De Inspecteur is daardoor de maximale dwangsom van €1.442 verschuldigd. Tevens werd de wettelijke rente over de dwangsom vastgesteld en werd bepaald dat belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed krijgt. De zaak werd hiermee afgedaan zonder verdere behandeling.