ECLI:NL:HR:2022:156
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Parkeerbelasting verschuldigd bij gedeeltelijk parkeren op verboden plek
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto deels op een door de gemeente aangewezen betaald parkeerplaats stond, terwijl twee wielen op de stoep stonden, waar parkeren verboden is.
Het Hof oordeelde dat het gedeeltelijk parkeren op de stoep niet betekent dat er niet geparkeerd is in de zin van de Verordening parkeerbelastingen 2008. De auto stond nagenoeg geheel in een parkeervak, waardoor parkeerbelasting verschuldigd was.
Belanghebbende stelde dat het naheffen niet terecht was omdat de auto deels op een verboden plek stond, maar de Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat volgens artikel 225, lid 2, Gemeentewet parkeerbelasting ook verschuldigd is als het voertuig zich gedeeltelijk op een aangewezen betaalde parkeerplaats bevindt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde de uitspraak van het Hof dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft in stand.