ECLI:NL:HR:2022:1557
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepassing no-riskbepaling bij hernieuwd dienstverband gedeeltelijk arbeidsongeschikte uitzendkracht
Belanghebbende, een uitzendbureau, had een contractant in dienst die gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. Na een eerste dienstverband en ziekteperiode werd de arbeidsovereenkomst beëindigd, waarna de contractant opnieuw in dienst trad en wederom ziek werd gemeld. Het UWV betaalde ziekengeld over deze ziekteperiodes. De Inspecteur rekende dit ziekengeld toe aan belanghebbende als last van ziekengeld voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde echter dat het ziekengeld viel onder de no-riskbepaling van artikel 29b, lid 1, letter b, Ziektewet, omdat de tweede dienstbetrekking binnen vijf jaar na het eerste dienstverband was aangevangen. Hierdoor mocht het ziekengeld niet worden toegerekend aan belanghebbende.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat de no-riskbepaling niet van toepassing was bij een nieuw dienstverband na beëindiging van het eerste, ook al viel dit binnen vijf jaar. De Hoge Raad overwoog dat de tekst van de wet niet eenduidig is, maar dat het doel van de no-riskbepaling – het bevorderen van arbeidsparticipatie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten – prevaleert. Daarom is de no-riskbepaling ook van toepassing bij het nieuwe dienstverband binnen vijf jaar, en wordt het door UWV betaalde ziekengeld niet toegerekend aan belanghebbende.
De Hoge Raad verwierp verder alle overige klachten van de Staatssecretaris en veroordeelde hem in de proceskosten. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het door UWV betaalde ziekengeld niet aan belanghebbende wordt toegerekend op grond van de no-riskbepaling.