ECLI:NL:HR:2022:1126
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over loon na emigratie ondanks niet verrichte arbeid
Belanghebbende was sinds 1997 verbonden aan een Nederlandse vennootschap en emigreerde op 15 maart 2015 naar Costa Rica. Ondanks dat hij per 31 december 2015 uit dienst trad en de vennootschap geen gebruik meer maakte van zijn diensten, bleef hij zijn basissalaris van €90.000 ontvangen.
In de aangifte over 2015 gaf belanghebbende slechts het loon tot de emigratiedatum op, terwijl de Belastingdienst het volledige jaarloon belastte. Het Hof Amsterdam oordeelde dat het loon over de periode na emigratie in Nederland belastbaar bleef omdat het loon betrekking had op een dienstbetrekking in Nederland, ook al was er geen daadwerkelijke arbeid verricht.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat loon uit dienstbetrekking wordt genoten ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid wanneer het loon de beloning is voor een aanvaarde verplichting om in Nederland arbeid te verrichten. Het feit dat de werkgever geen gebruik maakte van de arbeidsprestatie doet hieraan niet af. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat het loon na emigratie in Nederland belast blijft ondanks het niet verrichten van arbeid.