Uitspraak
wonende te [woonplaats],
kantoorhoudende te Emmer-Compascuum,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
15 juli 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de vraag of een onder curatele gestelde persoon ontvankelijk is in een cassatieberoep tegen een beschikking waarbij het hof de machtiging tot wijziging van huwelijkse voorwaarden heeft bekrachtigd. De onder curatele gestelde, hierna verzoeker, was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en sinds 2015 onder curatele gesteld. De curator had namens hem toestemming gevraagd en gekregen voor het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden.
De kantonrechter verleende de machtiging en het hof bekrachtigde deze, waarbij tevens werd bepaald dat de curator de notariële akte mocht tekenen namens de onder curatele gestelde. Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze beschikking zonder de toestemming van zijn curator. De curator had haar eerdere toestemming ingetrokken toen zij inzag dat het cassatieberoep betrekking had op deze zaak.
De Hoge Raad overweegt dat een onder curatele gestelde slechts met toestemming van zijn curator rechtsmiddelen kan instellen, tenzij de wet anders bepaalt. De procedure tot wijziging van huwelijkse voorwaarden is geen zaak van curatele in de zin dat de onder curatele gestelde zelfstandig kan optreden. Omdat de curator geen toestemming gaf voor het cassatieberoep, was verzoeker niet ontvankelijk. Tevens wordt bevestigd dat art. 1:118 BW Pro niet in de weg staat aan het optreden van de curator als wettelijk vertegenwoordiger bij het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de onder curatele gestelde niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van toestemming van de curator.