Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van de incidentele vordering tot voeging
3.Beslissing
21 mei 2021.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure vordert Stichting Loterij Incasso zich te mogen voegen aan de zijde van een individuele eiser, die Staatsloterij aansprakelijk stelt wegens onrechtmatige mededelingen over loten en prijzen in de periode 2000-2008.
De Hoge Raad overweegt dat voeging op grond van art. 217 Rv Pro slechts mogelijk is indien de verzoeker een voldoende belang heeft, dat wil zeggen dat hij nadelige feitelijke of juridische gevolgen kan ondervinden van de uitkomst van de procedure. Stichting Loterij Incasso baseert haar vordering op het belang bij de precedentwerking van het arrest en de mogelijke vertraging bij vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het belang van Stichting Loterij Incasso uitsluitend ziet op precedentwerking en vertraging, hetgeen niet voldoende is voor voeging. Daarom wordt de incidentele vordering tot voeging afgewezen. Tevens wordt Stichting Loterij Incasso veroordeeld in de proceskosten van het incident.
De zaak wordt verwezen naar een latere roldatum voor schriftelijke toelichting.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de incidentele vordering tot voeging van Stichting Loterij Incasso af wegens ontbreken van een voldoende belang.