ECLI:NL:HR:2021:554
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was.
Belanghebbende had geen domicilieadres in Nederland opgegeven. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken. Deze betaling is niet binnen de gestelde termijn voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over het niet tijdig betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het reeds betaalde griffierecht van € 131 wordt aan belanghebbende teruggegeven. Het arrest is op 9 april 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.