ECLI:NL:CRVB:2020:2091
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-ouderdomspensioen wegens onvoldoende verzekeringsperiode in Nederland
Appellant, woonachtig in Marokko, heeft in 2017 een AOW-ouderdomspensioen aangevraagd met de stelling dat hij in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft dit verzoek geweigerd omdat niet is vastgesteld dat appellant gedurende ten minste één kalenderjaar verzekerd was voor de AOW.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald en verwezen naar bewijsstukken, waaronder een Attestation de Concordance. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat uit deze stukken niet blijkt dat appellant dezelfde persoon is als een ander die in de jaren 1970-1972 in Nederland heeft gewerkt. Ook is niet aannemelijk geworden dat appellant daadwerkelijk in Nederland heeft gewoond en gewerkt in de relevante periode.
De Raad concludeert dat de Svb toereikend onderzoek heeft verricht en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het AOW-ouderdomspensioen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende ten minste één kalenderjaar in Nederland verzekerd was.