ECLI:NL:HR:2021:552
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, woonachtig in het buitenland, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet.
De Hoge Raad stelde belanghebbende bij aangetekende brief in kennis van de verschuldigdheid van griffierecht en gaf een termijn van vier weken voor betaling. Deze betaling bleef uit, waarna belanghebbende nogmaals in de gelegenheid werd gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 9 april 2021 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.