ECLI:NL:HR:2021:401
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 april 2020, betreffende een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente over het jaar 2005.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 17 augustus 2018 de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dat arrest.
In het tweede cassatieberoep heeft de Hoge Raad de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.