Uitspraak
wonende te [geboorteplaats],
gevestigd te Utrecht,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
2. De inhoud van de meldingsregeling
4.Beslissing
24 december 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van een thuiszorgbedrijf voor achterstallige pensioenpremies aan het bedrijfstakpensioenfonds PFZW. De bestuurder had niet tijdig een formele melding van betalingsonmacht gedaan, terwijl PFZW wel op de hoogte was van de financiële problemen van het bedrijf.
De Hoge Raad stelt vast dat de meldingsplicht van betalingsonmacht inhoudt dat niet alleen het feit van niet kunnen betalen moet worden gemeld, maar ook inzicht in de omstandigheden die daartoe hebben geleid. Dit stelt het pensioenfonds in staat om zich een redelijk oordeel te vormen en zich te beraden op haar opstelling.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat ondanks de kennis van PFZW over de financiële situatie van het bedrijf, de bestuurder toch een melding had moeten doen. De kennis van PFZW over de betalingsonmacht kan de meldingsplicht doen vervallen als deze kennis voldoende is om het pensioenfonds in staat te stellen zich te beraden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad PFZW in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.