ECLI:NL:HR:2021:1656

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
4 november 2021
Zaaknummer
20/03340
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake kosten van vervolging

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over aan haar in rekening gebrachte kosten van vervolging. De Hoge Raad heeft het eerste middel verworpen op basis van een eerder vandaag gewezen arrest en de overige middelen zonder nadere motivering afgewezen, omdat beantwoording niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de eerdere uitspraak van het hof en de rechtbank, waarmee de kosten van vervolging aan belanghebbende in rekening zijn gebracht.

Het arrest is op 5 november 2021 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarmee het cassatieberoep formeel is afgewezen en de eerdere beslissingen in stand zijn gelaten.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en belanghebbende wordt niet in de proceskosten veroordeeld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/03340
Datum5 november 2021
ARREST
in de zaak van
VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2020, nr. 20/00344 [1] op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 19/2452), betreffende aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R.B.H. Beune, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

2.1
Het eerste middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/03338 (ECLI:NL:HR:2021:1510), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2
Ook de overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.