ECLI:NL:HR:2021:1479
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 en 2014 werd behandeld. Tevens betroffen de procedures boetebeschikkingen en beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.